Notenapparaat



Hoofdstuk Eén: Inleiding

1 Dit boek werd in Londen uitgegeven, in 1740, waar Geminiani toen woonde. Dat jaartal staat in: Pot, Adolphe: De Ontwikkeling der Vioolmethodes tot omstreeks 1850, Uitgeverij W.P. van Stockum en zoon, ’s-Gravenhage, 1949.

2 Dit is een greep die Geminiani bedacht om leerlingen te helpen de juiste houding van de hand aan te leren. Het zijn "allemaal reine kwarten vanuit de eerste vinger f" op de e-snaar", zoals het wordt samengevat door Maarten Veeze in Hegedüiskola - de methode van Sándor in Arco, nr.4 2004 (Tijdschrift van ESTA-Nederland), op p.31. Geraadpleegd: http://www.estanederland.nl/arco/arco.pdf op 17 januari 2007 om 13:10. Verder staat er een helder plaatje met uitleg op p.369 en 370 (vooral Ex. 130) in Boyden, David D.: The History of Violin Playing from its Origins to 1761 (and its Relationship to the Violin and Violin Music). Londen, University Press, 1965.

3 Hans Joachim Moser in zijn voorwoord (p.2) van een facsimile van Mozarts boek, derde Duitse uitgave uit 1787. Facsimile is uitgegeven in 1956.



Hoofdstuk Twee: Wat Leopold Mozart schreef over streektechniek

4 Meer hierover staat op p.401 in het boek van Boyden (zie voetnoot 2). Hij noemt het de "Rule of Down-Bow".

5 Dit is mijn eigen vertaling die ook in hoofdstuk vier staat. Dat geldt ook voor latere regels die tussen aanhalingstekens staan. Ik citeer dan Mozart in mijn eigen vertaling.



Hoofdstuk Vier: Moderne vertaling en transcriptie van hoofdstuk vier uit Leopold Mozarts Grondig Onderwys in het Behandelen der Viool

6 Mozart, Leopold: Grondig Onderwys in het Behandelen der Viool, Haarlem 1766, p.75.

7 De notatie van de twee E’s die opstreek gespeeld worden, geeft Mozart zelf zo aan als in het bovenstaande voorbeeld. Deze tekens gebruiken wij nu ook nog. Maar evengoed hadden er voor ons twee V’s (opstreken) kunnen staan zonder boogje en zonder kegeltjes. Omdat het voor de huidige gebruiker allebei duidelijk is, heb ik er de voorkeur aan gegeven zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Mozart legt in hoofdstuk één, afdeling drie, paragraaf zeventien (p. 48) uit hoe de door hem gebruikte notatie gespeeld moet worden: "[…] zyn er […] kleine Streekjes gezet: zo word by elke Noot de Strykstok opgeligt; gevolglyk moeten alle de onder het Verbindingsteeken staande Nooten, hoewel in eenen Streek, echter geheel van malkander afgebroken gespeeld worden." Dus staan er kleine rechte streepjes onder een boog, dan speel je de noten wel in dezelfde stokrichting (in dit geval opstreek), maar ze worden dan geheel los van elkaar gearticuleerd.

8 Dat betekent m.i. dat de zestiende vlak voor de volgende tel klinkt, er als het ware vlak voor wordt geplakt, net voordat de streekwisseling plaatsvindt. Maar dat is weer een heel ander onderwerp.

9 a) In het Duitse boek staan hierbij dezelfde streken als in voorbeeld 10, maar in het Nederlandse voorbeeld wordt nergens "op" of "af" gezet. Waarschijnlijk omdat uit de tekst blijkt dat het hetzelfde is als in voorbeeld 10.
b) In dit voorbeeld staat (net als in sommige andere voorbeelden met een 4/4 maat) in de laatste maat alleen de gepuncteerde halve noot c, maar omdat het origineel niet uitkomt met het aantal tellen in de maat, heb ik het zelf maar gecompleteerd.
c) Bij Mozart betekent een boogje zonder puntjes of Streekjes hetzelfde als bij ons: een verbindingsboog waarbij alle noten die eronder of erboven staan, vloeiend aan elkaar worden gestreken zonder de stok op te tillen en zonder op de afzonderlijke noten stokdruk uit te oefenen. (Dat verkrijg je door er puntjes respectievelijk Streekjes onder te zetten.)
d) Ik denk dat Mozart met "daarentegen" bedoelt, dat de stok in deze situaties niet wordt opgetild. Voor de rest is er nl. geen tegenstelling, het is juist hetzelfde als in het voorbeeld ervoor.

10 Hiermee bedoelt Leopold Mozart dat je er in zo’n geval voor moet zorgen dat je zo snel mogelijk weer afstreek uitkomt op de eerste tel of een ander dichtbijzijnd zwaar maatdeel. (Nederlandse vertaling, p.82)

11 Wij zouden tegenwoordig misschien eerder zeggen: "De spanning (van de stok) loslaten, niet de noot sostenuto tot het einde doorspelen en ook niet een (onbedoelde) duw geven bij de punt."

12 De (onbekende) vertaler gebruikt hier het woord opstreek in de betekenis van zowel opmaat als opstreek. In het Duits lijken de woorden wel op elkaar, maar zijn ze niet hetzelfde.

13 Dit is het eerste hoofdstuk van Mozarts boek, dat in deze scriptie niet behandeld wordt. Raadpleeg hiervoor dus één van de facsimile’s.

14 Ook hier bedoelt hij: iets sterker aanzetten en meteen daarna de spanning loslaten waardoor de noot vanzelf door een soort diminuendo zachtjes of rustig wordt uitgespeeld.

15 In de Duitse uitgave staat links van de eerste noot van de driekwartsmaat onder de balk een asterisk, die verwijst naar de voetnoot onderaan pagina 84: "Dieß is der einzige Fall, wo man die Vertheilung der Noten durch einen kleinen Nachdruck des Bogens vernehmlich vorzutragen pfleget: nämlich wenn mehr solche zu zertheilende Noten im geschwinden Zeitmaase hintereinander vorkommen." In de Nederlandse (eerdere) uitgave staat dit in het geheel niet vermeld.

16 Leopold Mozart geeft het hier aan met zijn verticale streepje. Blijkbaar betekent dat hier zowel dat je een accent moet geven als dat je die tel/noot een andere streek gebruikt dan op het vorige (neven)accent met een streepje.

17 De tabel staat niet in het genoemde hoofdstuk, maar was in beide facsimile-uitgaven helemaal achterin het boek te vinden. Het Duitse boek had een los vel opgevouwen onder een bandje in de binnenkaft bevestigd, de Nederlandse versie had het als uitklapbaar blad ingebonden. Ik heb de tekst toch zo (vertaald) laten staan, omdat dat nu eenmaal in de originele drukken of althans de facsimile’s staat.

18 Deze zin lijkt erop te duiden dat alle voorbeelden direct na elkaar gespeeld zouden moeten worden; de Duitse lay out wijst daar ook op. Maar de Nederlandse versie scheidt de voorbeelden op de bladspiegel. Bovendien staat er tussen de voorbeelden 52 en 52a een opmerking met maatcijfers (zie hoofdtekst). Deze twee zaken deden mij besluiten om de voorbeelden apart te nummeren zodra er een maatsoort aangegeven werd.

19 Dat blijkt niet waar te zijn. Mozart geeft een paragraaf wél opnieuw aan als die bijvoorbeeld in de bovenstem al is genoemd, maar nog niet in de onderstem. Dan zie je het paragraafnummer voor de tweede keer. En verder geeft hij het ook opnieuw aan na een herhalingsteken.

20 Volgens mij klopt er iets niet in dit voorbeeld. Mozart geeft twee keer in de bovenste partij paragraaf zeventien aan, op plekken die niet op elkaar lijken. Uit paragraaf zeventien zóu je kunnen afleiden dat deze twee verwijzingen er allebei onder vallen, maar alleen in het geval dat Mozart bij de eerste aanduiding in maat zes de twee achtsten onder een boogje had gezet, dan vielen ze onder één opstreek. Het kan zijn dat hij dat is vergeten. Ook kan het zijn, dat de tweede verwijzing niet juist is en dat er §9 had moeten staan. Dan zou het boogje weg moeten en dan zou de eerste achtste van maat acht afstreek moeten zijn.

21 Mozart noemt het maat vier, vijf en zes. Blijkbaar telt hij de opmaat ook mee. Omdat dat tegenwoordig niet gebruikelijk is, heb ik het gewijzigd.
Laatst bijgewerkt:
dinsdag 22 mei 2007
16:53
Op zoek naar achtergrondmuziek?

Zoekt u een ensemble voor speciale gelegenheden, zoals een receptie, bruiloftsfeest of kerkelijke inzegening, of wilt u live muziek voor tijdens een uitvaart inhuren? Zoekt u een ensemble dat bestaat uit cello en (blok)fluit? Of wilt u een strijkkwartet? Of liever een strijktrio (viool, alt, cello óf 2 violen, alt cello)? Mailt u mij dan via het contactformulier.